Drie interessante onderwerpen op deze agenda, te weten Nota Harmonisatie Dorpshuizen, Afsluiting bouw Cultureel Kwartier en Nota Amateurkunst. En tot slot een verrassing…
Nota Harmonisatie dorpshuizen, etc.
De voormalige gemeenten hadden een zeer verschillend beleid voor dorpshuizen en wijkgebouwen. Lastig om dat in één overzichtelijk beleid onder te brengen. Dat is nu gelukt met deze nota. Wel een overzichtelijk verhaal, maar over de uitwerking zijn wij minder gerust.
Er zijn maar liefst 53(!) gebouwen die nu onder deze aanpak vallen. En er is een schamel bedrag (het opgetelde geld van de oude gemeenten) van € 185.000,00 per jaar om die gebouwen in stand te houden. Daarom is voorgesteld dat voor het groot-onderhoud de besturen zelf nog 40% moeten opbrengen. En het is maar zeer de vraag of dat steeds gaat lukken. Met als gevolg: minder onderhoud en geleidelijke achteruitgang en sluiting van gebouwen. De onderbouwing van het college gaat niet verder dan te hameren op de verantwoordelijkheid van de besturen zelf en de ondersteunende rol van de gemeente. Een beetje dun en gezocht. Wij hebben vervolgens gevraagd of het college de aanpak en de verhouding 60/40 realistisch en haalbaar vindt: Ja, antwoordde de wethouder met droge ogen, maar erkende wel dat de zorgen van de besturen terecht zijn(?). En wij hebben de vergelijking ook maar even aangedurfd van de € 4,5 miljoen voor het Cultureel Kwartier (inclusief huisvesting) en de € 185.000,00 voor 53 gebouwen elders in de gemeente. Dit is wat wij noemen: uit het lood. Des te meer omdat er geen indexering wordt toegepast; een verkapte bezuiniging. Niet fraai en netjes.
De inspreker namens de MFC’s (grotere dorpshuizen) gaf zelf ook aan dat de MFC’s het bedrag en de 60/40-verhouding ook niet werkbaar vinden en dat dit een zware wissel trekt op de vele vrijwillige besturen.
Wij zullen hier in de raad op terug komen om het beheer en onderhoud voor deze besturen meer werkbaar te maken. Bij de medeverantwoordelijkheid van de gemeente horen verantwoordelijke bedragen en uitvoerbare regelingen.
Afsluiting bouw Cultureel Kwartier
Een afsluitende notitie van het hele project onder de titel “De Toegift”. Inderdaad: Er is om gevraagd en het gaat over kwaliteit. Een mooi verhaal over een mooi project. Het kost heel wat (voor ons permanent aandachtspunt, zeker in verhouding tot andere voorzieningen), maar er staat dan ook een mooi geheel. En niet alleen het theater, maar ook Atrium (centrum voor kunstzinnige vorming) en Het Bolwerk (popmuziek). Als bouwproject en kostenbeheersing goed geslaagd.
Het financieel overzicht roept nog wat vragen op die wij schriftelijk hebben gesteld. De wethouder kon een aantal daarvan tijdens de commissie niet beantwoorden. Deze volgen nog voor de raadsbehandeling.
Nota Amateurkunst
De nota geeft veel informatie over het zeer omvangrijke veld van muziekverenigingen, koren, etc., maar nog weinig echt beleid. Het is (vergelijkbare opzet met de museumnota) weer een lastig lezend en rommelig verhaal met allerlei ontwikkelingen, beschouwingen en raakvlakken. Er wordt nog niet aangegeven hoe het subsidiebeleid gestalte gaat krijgen en er wordt verwezen naar nog op te stellen nadere regels. Vele vragen worden gesteld, maar niet beantwoord. Daar zit ook onze hoofdvraag en belangrijkste zorg. Hoe gaat het er uit zien voor de verenigingen? Het college meldt nu doodleuk dat met deze nota en uitgangpunten de subsidieregels door het college kunnen worden opgesteld met alleen nog informatie voor commissie en raad. Dat is wel erg kort door de bocht.
Wij willen in het vervolgproces nog een tussenstap voor het nieuwe subsidiebeleid (=kaders) en de nadere regels. Wij bepleiten dat bij die uitwerking niet alleen commissie en raad, maar ook het veld wordt betrokken. Komt in de raad dus nog terug.
Eigen kracht van peuterspeelzaal beloond met sluiting
Verrassend was nog een inspreker van de Peuterspeelzaal Hinnpykje uit Sneek.
De gemeente heeft gedreigd met sluiting omdat het project niet aan de letter van de wet voldoet (de nieuwe wet OKE= Ontwikkelingskansen voor Kwaliteit en Educatie).
Het absurde is dat de speelzaal aan alle eisen van veiligheid, gezondheid en kwaliteitseisen voldoet. Alle medewerkers voldoen aan de opleidingseisen die de wet stelt, maar het zijn onbezoldigde vrijwilligers. En daar wringt de schoen: de wet spreekt van beroepskrachten, met de interpretatie van bezoldiging. Het college heeft in deze interpretatie en toepassing van de wet aanvankelijk voor de kortste klap gekozen met een aanzegging van half december 2012 om met ingang van 1 januari 2013(!) te sluiten. Hoe bot kan je zijn? Een kort gesprek met de verantwoordelijk wethouder Sinnema kon het standpunt niet veranderen; alleen werd wat ruimte in de tijd geboden om aan de letter van de wet te voldoen. Al met al niet erg ‘oké’ dus. Dat was gelukkig ook het standpunt van de verbaasde commissie over de volle breedte.
Wij hebben daarbij gepleit voor een adempauze tot minstens de behandeling van een notitie over de Wet OKE (die al in augustus 2010 is ingegaan) in de commissie van 24 april 2013. Toegezegd is door de wethouder dat hij het nog eens zorgvuldig zal bezien en de commissie schriftelijk zal rapporteren. Intussen gaan commissieleden en peuterspeelzaal zelf ook zoeken naar oplossingen.
Peter Kranendonk, commissielid